ahl-sunnah
Kennis is je Bescherming
HomeGeloofsleer Gebed en ReinigingOverige KennisAfbeeldingen
Kennis zijn waarde
Zoek de Kennis
Geleerden
Enkele geleerden
Imam Abu Hanifa
Imam Ahmad
Musa en Al Gadr
Musa en Al Gadr


De Profeet Musa en de Profeet al-Gadr.


De Profeet Musa, ‘aleihi selaam,  werd gevraagd of er een mens is die meer wist dan hij, de profeet zei, nee, hij is niet arrogant, hij dacht dat dat zo was, hij was de profeet van Allâh. Allâh liet hem weten wat neerkomt op,” hoe zou jij weten waar ik de kennis laat?”. Natuurlijk zonder dat Allâh een taal, woorden of letters gebruikt. De Spraak van Allâh is zoals al Zijn Eigenschappen, zonder begin en zonder einde en lijkt niet op de eigenschappen van Zijn schepselen. De Spraak van Allâh is geen taal, geen letter, geen woorden, geen zinnen en is niet zoals wij dat we een tong, een mond moeten gebruiken om iets uit te spreken. Allâh ta^ala liet hem Al-Gadr ontmoeten. Deze Profeet heeft iets gekregen, iets bijzonders, namelijk een deel van het verborgene te kennen, wat de mensen niet kunnen zien. [De profeet Musa, ‘aleihi selaam,  ‘aleihi selaam, had veel kennis in regelgeving, sharia, en wat de uitspraken van mensen aangaat.]

Toen de Profeet Musa, ‘aleihi selaam,  erachter kwam dat er iemand was, die dingen wist, die hij niet wist, wilde hij dat graag leren en hij wilde deze man graag ontmoeten.

Hij ging op reis en hij nam iemand mee, een goede jongen, zijn naam is Yousha (deze is later ook zelf profeet genomen).  Onderweg gingen ze op een plaats rusten en Yousha was in slaap geraakt. Waar Yousha sliep sprong de vis in het water. Hij vergat dat hij de vis verloor, na een dag en een nacht lopen, beval de profeet Musa, ‘aleihi selaam,  hem wat eten te maken. Toen herinnerde hij het zich weer. Ze zijn teruggegaan naar die plek en troffen een man daar aan. Die man zei: ben jij Musa, van bani’ Israiel? De profeet Musa, ‘aleihi selaam,  vroeg hem, van wie weet je dat? Ik weet dat van Degene van wie jij weet wie ik ben. Jij hebt kennis die ik heb en ik heb kennis die jij niet hebt. Musa, ‘aleihi selaam,  vroeg hem of hij hem wilde begeleiden. Al-Gadr zei: je hebt het geduld er niet voor. Musa, ‘aleihi selaam, beloofde hem dat hij geduldig zou zijn.

Ze gingen aan boord van een kleine boot. Al-Gadr haalde na de reis een plank uit deze boot. Musa, ‘aleihi selaam,  zei, de mensen hebben ons meegenomen en jij trekt een stuk uit hun boot eruit? Al Gadr zei, ik zei toch dat je niet geduldig zou zijn? Musa, ‘aleihi selaam, verontschuldigde zich en beloofde beter. De reis vervolgde zich. Na een tijd kwamen ze een kleine jongen tegen, de Profeet al-Gadr sloeg de jongen en daarmee sloeg hij het hoofd van het kind eraf. Musa, ‘aleihi selaam,  vroeg waarom heb je dat gedaan? En al-Gadr zei; zei ik niet dat je niet geduldig zou zijn? Nog een keer zo een vraag en dan scheiden onze wegen. Hierop verontschuldigde de Profeet Musa, ‘aleihi selaam, zich weer en beloofde beterschap. Ze kwamen bij een plaats waar ze onaardig werden ontvangen en behandeld. Nadat ze hen ontmoet hadden, kwamen ze bij een muur die scheef stond. Al Gadr ging het muurtje opknappen, zodat het weer goed en stevig was. En Musa, ‘aleihi selaam,  vroeg hiernaar. Al-Gadr zei, nu scheiden onze wegen en ik zal je uitleg geven.

Hij begon met de mensen van de boot, Allâh had hem geopenbaard dat er gezondenen van een slechte koning aankwamen en ze zouden goede schepen/ boten die ze tegenkwamen innemen, hij had een plank uit de boot gehaald, zodat ze deze boot zouden overslaan, waardoor de arme eigenaars van de boot verder konden gaan met vissen. Over het kind, het kind had zeer oude ouders, Allâh had hem geopenbaard dat dit kind veel problemen voor zijn ouders zou maken, zoveel dat door zijn onrechtvaardigheid dat zijn ouders anders als ongelovigen zouden sterven. De vader van twee weeskinderen had onder het muurtje een schat verstopt, als het muurtje zou omvallen zou de schat zichtbaar raken en gevonden worden. Op deze manier bleef hun bezit veilig tot ze oud genoeg waren om ermee en ervan te kunnen leven.

Op een gegeven moment zagen ze een vogel die water innam via zijn snavel. Al Gadr zei: Onze kennis in vergelijking met de kennis van Allâh is als een druppel uit de zee. (niet om het te vergelijken, want de Eigenschappen van Allâh zijn niet te vergelijken met de Eigenschappen van de schepselen, maar om aan te geven dat Allâh de Alwetende en de Almachtige is).


En Allâh weet het het beste.

HomeGeloofsleer Gebed en ReinigingOverige KennisAfbeeldingen
geen copyright wanneer juist behandelt