De geleerden
De geleerden van de Islam zijn zeer belangrijk, de moslims geven een grote waarde aan hen. Ze zijn onmisbaar in het overdragen en beschermen van de kennis over de Islam. Links zullen enkele van hen beschreven worden.
De vier madhabs
Broeders en zusters in Islam, wij herinneren jou en ons zelf om gehoorzaam te zijn aan Allâh, de Verhevene, om standvastig te blijven op de weg van Profeet Mu7ammed, vrede zij met hem en om de methodologie van de edele geleerden die Islam onderwezen aan de mensen, die voor de Moslim natie een enorme rijkdom aan gezegende kennis door hebben gegeven over alle gerelateerde onderwerpen van de Islamitische studies.
Onder deze geleerden bevinden zich: Imam Mâlik, Imam ash-Shafi^iyy, Imam A7mad Ibn Hanbal en Imam Abu Hânifah. Deze geleerden behaalden de rank van Mujtahied en ze brachten vele voordelen aan Moslims met hun kennis en idjtihaad.
Idjtihaad is het afleiden van religieuze oordelen voor datgene waar geen expliciet, tekstueel oordeel in de Qur’an of in de Hadieth over bestaat. Idjtihaad wordt niet toegepast in zaken waarvoor wel een expliciet tekstueel oordeel in de Qur’an of in de Hadith over bestaat.
De hoge geleerden van deze natie hebben enkele verschillen in hun idjtihaad, betreffende sommige zaken waar er geen expliciete tekst of geleerde unanimiteit over hun oordeel bestaat.
Er is, bijvoorbeeld, een verschil tussen de idjtihaad van Imam Abu Hânifah en die van Imam ash-Shafi^iyy over het wel of niet verbroken raken van iemands woedhoe wanneer men de huid aanraakt van een huwbare vrouw zonder een barrière. Ondanks het feit dat alle geleerden van de Islam unaniem overeengekomen zijn dat deze zaak verboden is. Imam ash-Shafi^iyy zei dat het aanraken van de huid van een huwbare vrouw zonder een barrière iemands woedhoe verbreekt, Imam Abu Hanifah echter, zei dat dit het niet verbreekt.
Idjtihaad is gereserveerd voor degenen die gekwalificeerd zijn in het afleiden van oordelen vanuit de religieuze teksten en het is niet zomaar vrij aan elke persoon om dat te doen. Was dit wel het geval dan zou de ware religieuze kennis verdwijnen en de kennis over de Religie zou beschadigd worden, een zaak wat niet toepasselijk is op de Religie van de Islam.
Allâh, soubhâna wa Ta^âlâ, heeft voor de nobele vrome geleerden gewild dat ze hun levens toewijden om de Religie van Islam te dienen en Hij bevool ons om hun advies betreffende religieuze zaken te zoeken. Allâh zei:
[فَاسْأَلُوا أَهْلَ الذِّكْرِ إِنْ كُنْتُمْ لا تَعْلَمُونَ]
Deze Ayah betekent: “Vraag aan degenen die de correcte religieuze kennis behaalden wanneer een Islamitisch oordeel over een bepaalde zaak gezocht wordt”.
Onder deze zijn de voornoemde vier vooraanstaande geleerden die het ware geloof in Allâh hebben. Zij allemaal geloven dat Allâh Enig is, niet in de zin van aantallen, maar in de zin dat Hij geen partner heeft en dat Hij geen lichaam heeft (en daardoor dus niet deelbaar is) en heeft. Hij is niet een lichaam en is niet geattributeerd met de karaktereigenschappen van lichamen en Hij heeft geen begin en geen eind.
Imam ash-Shafi^iyy zei, wat betekent: : “Diegene die zoekt om zijn Schepper te kennen en concludeert dat Allâh niet bestaat is een mu^attil ( een heiden). Wanneer hij concludeert dat zijn Schepper iets is dat iemand in zijn hoofd kan bedenken, hij is een musjhabbih (degene die Allâh vergelijkt met Zijn schepselen). Wanneer echter hij concludeert dat Allâh bestaat en erkent dat zijn verstand Hem niet kan bevatten, dan is hij een muwahhid (een echte gelovige).” Overlevert door al-Bayhaqiyy.
De edele geleerden Ahmad Ibn Hanbal en Dhoennoen al-Misriyy zeiden, wat betekent: “Wat je je ook voorstelt (in je hoofd), Allâh gelijkt er niet op”.
Imam al-Qarafiyy, Imam as-Subkiyy, al-Hafidh al-^Iraqiyy, Shaykh Ibn Hajar al-Haytamiyy, Mula ^Ali al-Qari al-Hanafiyy, Muhammed Zahid al-Kawthariyy en anderen citeren het standpunt van de vier vooraanstaande geleerden Imam Malik, Imam ash-Shafi^iyy, Imam Ahmad Ibn Hambal en Imam Abu Hanifah dat iemand blasfemie begaat door een richting of een lichaam aan Allâh toe te schrijven.
Ten slotte, vragen we Allâh om ons onder diegene te laten zijn die het pad van de topgeleerden te volgen in vroomheid, nederigheid en vrees voor Allâh.
En Allah weet het het best.